Archieflink
Home
 
Kalender
 
Sponsorprojecten
 
Praktisch - Contact
 
Het Stadsarchief
 
Fotogalerij
 
Tijdschrift
 
Gastenboek
 
 

Welkom op de website van 't Archief. Gent on Files vzw (GOF), de vriendenkring van het Stadsarchief van Gent. Dit archief behoort met zijn meer dan 17 km archief tot de voornaamste van Europa. Zijn collecties bestaan uit documenten, kaarten en plattegronden, atlassen, prenten, films, foto's, digitale bestanden en databanken. De collecties waarvan het oudste document dateert van 1178 groeien nog steeds aan. De naam GOF staat voor 'tArchief.Gent on Files vzw en illustreert de visie dat het eerder klassieke 't Archief hand in hand gaat met de aandacht voor de nieuwste evoluties. Vandaar het element Gent on Files (in bestanden, in dossiers) De vriendenkring, opgericht in 2000, zet zich in om dit rijke erfgoed onder de aandacht te brengen en te beschermen. Wat biedt het GOF Leden van de vriendenkring ontvangen het originele, rijk geïllustreerde driemaandelijkse tijdschrift @rchieflink. Hierin komen tal van onderwerpen aan bod zoals de bestanden en verzamelingen van het Stadsarchief, onderzoeksresultaten van vorsers uit binnen- en buitenland, de activiteiten van het Stadsarchief, van de vriendenkring en van de vrijwilligers, belangrijke historische en archivistische evoluties en bronnen over Gent in andere archiefdiensten. Een overzicht van de bijdragen vindt u in de rubriek tijdschrift. Rijk geïllustreerde lezingen over zeer diverse onderwerpen met een link met het Gentse Stadsarchief of de Gentse geschiedenis, worden georganiseerd. Kwamen b.v. reeds aan bod het digitaal archiefbeheerssysteem Dulle Griet, de bouwdossiers, het fotoarchief van de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten, de Gentse Burgerwacht (1831-1914), de archiefreeks G (bouwen te Gent in het Interbellum), de corporatieve stad of de rol van de ambachten in de zestiende-eeuwse Gentse samenleving, de (bronnen voor) industriële vervuiling in het Stadsarchief  enz.   Jaarlijks wordt zeker één historische wandeling of een bezoek gepland aan een tentoonstelling of een andere archief-, bibliotheek- of documentatiedienst. Zo bezocht de Vriendenkring de opgravingen op de Sint-Pieterssite, het archief en de bibliotheek van het Augustijnenklooster, het Provinciaal Archief Oost-Vlaanderen, het Kadaster van Oost-Vlaanderen, de bibliotheek-, archief- en documentatiedienst van het Museum Van Schone Kunsten …  En niet te vergeten onze jaarlijkse geanimeerde en gevarieerde opendeurdagen in oktober. Op deze dagen is het de bedoeling fondsen te verwerven voor de sponsorprojecten (zie rubriek sponsorprojecten). Van specifieke acties, presentaties of publicaties door het Stadsarchief worden de vrienden natuurlijk ook op de hoogte gebracht.   Voor wat op getouw staat verwijzen we naar de rubriek kalender.

Hieronder volgt een kort verslag van de lezing:"Mondige vrouwen in de middeleeuwen", gehouden in de Zwarte doos. Dit verslag is van de hand van Veerle en is reeds gepubliceerd op de website van "gentblogt".  

Ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar als ik de combinatie hoor van vrouwen en middeleeuwen, roept dat het beeld op van onmondige wezens, die van de voogdij van hun vader overgeheveld worden naar de voogdij van hun echtgenoot, maar zelf niets te vertellen hadden. Sinds kort weet ik dat dat beeld genuanceerder moet bijgesteld worden. Het GOF organiseerde in de Zwarte Doos een lezing waarop Marijke Salden, Florence Vander Linden en Annelies Coenen de onderzoeksresultaten van hun masterproef met ons wilden delen.

mondigevrouwen

Hun promotor, prof. Monique Van Melkebeek (vakgroep Middeleeuwse geschiedenis, UGent), deed reeds lang onderzoek naar de situatie van de wettelijk gescheiden vrouw in het middeleeuwse Gent, en de drie jongedames werkten op dit onderwerp verder. Ze spitsten zich toe op de interventie van de Gentse Schepenen van de Keure voor de gehuwde vrouw bij partnergeweld, op de interventie van diezelfde instantie bij materiële noodsituaties en op het zelfstandig materieel bestaan van de gescheiden vrouw. Dit alles afgebakend in de vijftiende eeuw. Daartoe bestudeerden ze de akten in de registers van de Schepenen van de Keure (bewaard gebleven voor de periode begin 14de eeuw - eind 18de eeuw), die o.m. heel wat informatie bevatten over de relatie tussen man en vrouw. De Schepenen van de Keure bestuurden immers niet alleen de stad, maar hadden ook een uitgebreide rechterlijke macht in uiteenlopende burgerlijke en strafrechtelijke zaken. Partnergeweld

Marijke Salden beet de spits af met een uiteenzetting over partnergeweld, een onderwerp dat helaas nog steeds actueel is. Pas sinds de jaren 1970 bestaat daarover een degelijke wetgeving, maar nog steeds blijken 1/5 tot 1/7 van de vrouwen slachtoffer, en niet te vergeten, ook 1/40 van de mannen. Let wel, deze cijfers hebben betrekking op de personen die aangifte deden. Het probleem is dus niet nieuw, maar de perceptie van geweld is wel veranderd. In het verleden lagen de verhoudingen binnen relaties anders en werd geweld meer aanvaard, zelfs toegestaan. De man was voogd over zijn echtgenote en dus heer en meester in huis, waardoor hij tot de groep van autoritaire personen behoorde, zoals vaders en leraars. En autoritaire personen mochten een harde hand ‘ter correctie’ voeren, als een positieve vorm van discipline. Volgens het kerkelijk recht moest een man zijn vrouw goed behandelen, maar hij mocht geweld gebruiken om zijn vrouw te beletten om een zonde te begaan. Ook volgens verschillende - wereldlijke - gewoonterechten mocht een man zijn vrouw kastijden om haar te corrigeren. Men moest wel binnen redelijke grenzen blijven. Zo voorzag het Gents gewoonterecht dat er werd opgetreden als een vrouw door haar echtgenoot werd benadeeld.

In tegenstelling tot wat ik altijd dacht, bleek het in de middeleeuwen in een aantal gevallen wel mogelijk om te scheiden, nl. bij overspel, ketterij, wreedheden en onverenigbaarheid van karakter. Daartoe moest men, net zoals nu, naar de rechtbank, maar dan wel naar de … kerkelijke rechtbank, die enkel een scheiding van tafel en bed kon uitspreken. Van een ontbinding van het huwelijk was natuurlijk geen sprake: de echtelieden mochten wel apart gaan wonen, maar bv. niet hertrouwen. De scheiding werd vaak gevolgd door een boedelverdeling, waarvoor dan weer een wereldlijke rechtbank, de Schepenbank van de Keure, bevoegd was.

Naast de andere akten voor boedelverdelingen werden in de bestudeerde periode, 1435-1480, 31 akten geregistreerd waarbij sprake is van wreedheden als reden van de scheidingsaanvraag. Bij extreem partnergeweld kon er dus wel ingegrepen worden. Aan de hand van enkele concrete voorbeelden leerden we dat er in 25 van die gevallen sprake was van een scheiding van tafel en bed of een de facto scheiding. Er werden ook 2 geschillen binnen het huwelijk opgelost en er waren 4 gevallen van weder verzamen. Uit verschillende akten blijkt duidelijk dat wreedheden niet getolereerd werden, waarbij bepaald werd dat, indien de man zich toch nog misdroeg, hij zich aan een gepaste straf kon verwachten: Belovende van nu voort an niet te meesdone, noch meshandelen, noch messeghene, of dat hij ‘t daede, dat vare up de corexie van scepenen voornoemt.

 

Gehuwde vrouwen in noodsituaties

Er werd niet alleen een beroep gedaan op de Schepenen van de Keure om een boedelverdeling te bekomen, ook gehuwde vrouwen in een materiële noodsituatie klopten bij hen aan. Florence vander Linden vertelde ons het schrijnende verhaal van Lijsbette vanden Berghe. Lijsbette was, ergens in de 15de eeuw, gehuwd met ene Godevaert Coene. Volgens het middeleeuws huwelijksvermogenrecht was het de bedoeling dat hij de goederen van zijn vrouw beheerde. Helaas lukte dat beheren niet zo goed en Lijsbette zag haar bezit almaar slinken. Ten einde raad richtte ze zich tot de Schepenen voor hulp om zelf het restant te mogen beheren: als gehuwde vrouw was zij immers onbevoegd om zelf rechtshandelingen te stellen.

In Gent werd namelijk een huwelijksstelsel met beperkte gemeenschap van goederen toegepast: de goederen die door een van de echtelieden in het huwelijk werden ingebracht (zgn. propres, meestal lenen), de goederen die tijdens het huwelijk werden verworven (zgn. conquesten of acquesten) en de roerende goederen (in Gent werden daarbij ook huizen gerekend) in het huwelijksvermogen (zgn. cateilen).

Hoewel het dus de plicht van manlief was om voor zijn vrouw en haar goederen te zorgen, bleek het voor sommige gehuwde vrouwen toch nodig om bij de Schepenen aan te kloppen om bijstand - doorgaans provisie genoemd - te verkrijgen. Bv. om de lopende proceskosten voor de scheiding te kunnen betalen. Of omdat manlief niet meer in haar onderhoud voorziet door wanbeheer, omdat het echtpaar van elkaar vervreemd is, omdat de man langdurig afwezig is (lees: met de noorderzon verdwenen). Zoals zo dikwijls het geval is, lag de reden om uiteindelijk bij de Schepenen aan te kloppen veelal in een combinatie van factoren: zorgen dat de scheiding uitgesproken wordt opdat de boedel verdeeld kan worden, zoniet blijft de man de goederen van zijn vrouw beheren, terwijl zij nood heeft aan een bron van inkomsten.

Uit het onderzoek van de jaarregisters van de Schepenen van de Keure bleek dat over de periode 1427 tot 1475 door 26 verschillende vrouwen bijstand gevraagd werd, waarvan vier verzoeken geweigerd werden.
Als de schepenen beslisten om een vrouw een provisie toe te kennen, kwam die niet uit bv. de stadskas, integendeel. De provisie werd altijd toegekend uit de goederen van het koppel, vooral uit het beheer en de opbrengsten uit de propres van de vrouw. Soms werd er ook toestemming gegeven om bv. enkele bezittingen te verkopen. Het gebeurde zelden dat de man baar geld aan zijn echtgenote moest geven. Die provisie werd in ieder geval alleen verleend aan vrouwen die het echt nodig hadden en werd altijd beschouwd als een tijdelijke maatregel, om die vrouwen de kans te geven een uitweg uit hun situatie te zoeken. Het was zeker geen automatisch recht.

“Haer Sellef Wijfs Zijnde” of het zelfstandig optreden van de gescheiden vrouw in het laat-middeleeuwse Gent

Annelies Coenen focuste zich in haar onderzoek op de positie van de gescheiden vrouw in de late middeleeuwen. Zoals reeds vermeld volgde na de scheiding van tafel en bed (door de kerkelijke rechtbank) gewoonlijk een boedelverdeling door de Schepenen van de Keure, waarbij de man en de vrouw als gelijken behandeld werden. Voor de man betekende dit dikwijls zelfs een aanzienlijk materieel verlies aangezien hij het beheer over beider goederen verloor.
Na deze procedure verwierf de vrouw haar zelfstandigheid en werd ze “Haer sellefs Wijf”. Ze kon zelfstandig wonen en zelf haar zaken behartigen. Ze kon evenwel niet hertrouwen, wat het voor sommigen wel moeilijk maakte om te overleven.
De registers van de Schepenen van de Keure bevatten ook betreffende dit onderwerp een schat van informatie: tussen 1427 en 1471 was er sprake van 294 gescheiden vrouwen en werden er 372 zaken geteld waarin een gescheiden vrouw optrad.

 

 

 



SITE CODE: 5NWSM2



Powered by CenterALL & Hosted by SarrCom.com